6. Nicolaaskerk
Eind 1944 lijden de Duitsers grote verliezen aan het Oostfront. Om het tekort aan arbeidskrachten in de Duitse oorlogsindustrie te compenseren worden Nederlandse jongens en mannen opgeroepen. Ook in Krommenie. In de vroege ochtend van 16 december wordt een pamflet verspreid: niemand mag naar buiten; mannen van 17 tot 40 jaar moeten zich om 9 uur op de stoep van hun huis melden met voedsel voor drie dagen. Op niet-melden staat een zware straf en verbranding van het huis. De razzia van 16 december 1944 illustreert de druk van de bezetting in Krommenie. De tekst op het monument luidt: "Volk gebogen onder de druk der bezetting".
Video
Getuigenverhalen
Jaap Knap (1922)
Jaap Knap (1922) maakte de razzia mee, maar wist te ontkomen aan de Duitsers.
Ik ben ’s ochtends de deur uitgegaan en fietste over de Parkbrug. Daar werd ik opgevangen: ‘Wo gehst du hin?’ ‘Zum Arbeit’. Toen ben ik meteen omgedraaid naar het huis van m’n verloofde en onder de vloer gaan liggen. We kregen eten, dekens en warme kruiken. Dat bleek nodig te zijn. ‘s Middags kwamen ze inderdaad binnen kijken. Het gerucht ging dat ze af en toe door de vloer schoten.
Marie van Harlingen (1918)
Marie van Harlingen (1918) bezorgde in Krommenie de illegale krant De Waarheid en later ook De Typhoon.
Het stelde niks voor, nee, die hele razzia niet. Gewoon een Duitse jongen, een jaar of zeventien, die het huis doorliep, de voordeur weer uit.. Maar ja, ze werden wel opgepakt en weggebracht. Die man die bij de trein werkte stond daar voor mijn raam, ik zeg tegen hem: ‘Joh, ga die deur door, je loopt zo weg!’ Hij durfde niet. Ik heb nooit gehoord of ie wel teruggekomen is.
Arend de Boer (1925)
Arend de Boer (1925) werd opgepakt bij de razzia. Op 12 februari 1945 werd hij in Silezië door Russen bevrijd en kwam via Marseille op 12 mei terug in Krommenie.
’s Ochtends werd op de voordeur gebonsd. Ik dacht: ‘Dat gaat mis.’ Binnen een uur moest ik me melden, anders gebeurden er vreemde dingen. Ik vluchtte naar de familie Hondema. Die zaten in de ondergrondse. Een kwartier later kwam moeder vertellen dat ze vader hadden. Die lieten ze los toen ik me meldde. Aan de Vaartdijk lag een binnenvaartschip. Daar werden we ingeladen, in het pikdonkere ruim met 56 man.