3. Slachtoffers en Verzet

Wormer

Het monument Slachtoffers herinnert aan 15 inwoners van Wormer die in de oorlog als gevolg van oorlogshandelingen omkwamen. Op het Verzetsmonument dat elders in het dorp in te vinden, staan de namen van de omgekomen verzetsstrijders nogmaals, bovendien zijn er namen toegevoegd van overleden verzetsmensen die de oorlog hebben overleefd.

Het Slachtoffers-monument staat op de hoek van de Dorpsstraat en de Zaandammerstraat. Het Verzetsmonument staat aan de Kees Jongenstraat.

Video

Getuigenverhalen

Gré Kerssens Floore-Floris (1918)

De man van Gré Kerssens Floore-Floris (1918) dook onder om niet naar Duitsland te hoeven. In augustus 1944 werd de vrachtauto waarin hij naar zijn werk werd gebracht, beschoten door een Engels jachtvliegtuig. Hij was op slag dood.

Als je getrouwd was dan hoefde je niet naar Duitsland. Wij waren katholiek en meteen trouwen dat kon niet. Toen zegt mijn vader: ‘Als jullie nou voor de wet trouwen’. We waren net zes weken getrouwd, moest ie toch naar Duitsland. Hij is een paar jaar ondergedoken. Drie maanden daarna was ie dood. Ik was net drie maanden getrouwd, ik was vier weken in verwachting en toen werd ie doodgeschoten.

Henk Havik (1920)

Henk Havik (1920) werkte eerst bij cacaofabriek De Moriaan in Wormer. Om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen werd hij landarbeider in het familiebedrijf.

Ik was landarbeider dus hoefde niet naar Duitsland. Toen het zuiden bezet was hadden ze overal razzia's. Om mensen op te pakken, tot 40 jaar aan toe. Het maakte niet uit of je landarbeider was. In Wormer kwamen ze van twee kanten, wij over het Zwet, mijn broer en ik, met een bootje. Ze zijn toen bij ons thuis geweest, ze vroegen ze aan mijn moeder waar de jongens waren.

Maarten de Groot (1927)

Maarten de Groot (1927) kon door de oorlog niet verder leren toen hij in 1943 van de technische school kwam. Hij ging werken bij meelfabriek Wessanen. Zijn vader werd door de Duitsers opgepakt en verbleef in diverse kampen. In 1945 werd hij uit Dachau bevrijd.

Bij ons in de kamer hing een grote kaart van Europa, daar hadden we allemaal spelden op, van de invasie in Frankrijk, zo weet je ongeveer waar ze zaten. En van Oost-Europa. En langs die spelden hadden we een katoenen draad. Dan wist je waar die frontlijn was. Dat kwam uit de krant en van Radio Oranje. Wat je aan berichten tegenkwam. Dan zag je die fronten dichterbij komen. Gelukkig.