• Home
  • >
  • Monumenten
  • >
  • Sint-Odulphuskerk
7

Sint-Odulphuskerk

Sint-Odulphuskerk

De Zaandammerweg krijgt in de oorlog niet voor niets de bijnaam Jodenbreestraat: er zitten onderduikers in vrijwel elke boerderij. Er zijn in het dorp mensen actief in het verzorgen van voedsel en etensbonnen, het bezorgen van illegale krantjes en het doorseinen van berichten naar Engeland. Stil verzet is niet ongevaarlijk, want verraad ligt op de loer en mensen die worden opgepakt, worden doorgestuurd naar de kampen in Nederland of Duitsland. Niet iedereen komt terug. 

Het monument staat bij de St. Odulphus-kerk aan de Dorpsstraat 572 in Assendelft.


In gesprek met getuigen

Nel Grooteman-Winter (1935)

Nel Grooteman-Winter (1935)

"Toen de oorlog uitbrak was ik vijf, toen mijn vader werd weggehaald zeven. We waren op de kermis van Assendelft. Toen hij thuiskwam vroeg mijn moeder: ‘Wat zie jij er uit?’ ‘Ik zit er an, ik moet me melden.’ Vader was maar 36. Hij is in oktober weggehaald, een week later was ik jarig. Toen schreef hij: ‘Feliciteer je Nelly van me?’ Hij is overleden. Ik denk van heimwee."

Gerard Boon (1926)

Gerard Boon (1926)

"Ik raak het nooit meer kwijt. Elke keer als het mei is… dan heb ik het de hele maand slecht. Ik sta eigenlijk helemaal stil. Alles is dood bij je. Je hebt nergens geen zin in. Je gaat nergens naar toe. Hoe je ook je best wil doen. Het gaat niet. Elk jaar komt dat terug. Dit is dus geen feest maar een andere activiteit die alle jaren terug komt. "

Jaap Brinkman (1924)

Jaap Brinkman (1924)

"Nou Joden, mijn vader regelde voor die mensen, twee families, een dak aan de weg waar ik woonde, de Zaandammerweg. Wij hadden een jongetje van 5 jaar in huis en bij de buren zat z’n moeder en bij De Vries, volgende woning, daar zat de familie Engelander en bij Keet in de Kerkbuurt zat een zus van dat jochie dat bij ons zat en zijn vader zat bij Winter."

Tiny Reijne - de Vries (1939)

Tiny Reijne - de Vries (1939)

"Het meeste herinner ik me dat we voor het eerst de Joden in huis kregen. Dat wij een mevrouw kregen die we tante Annie moesten noemen. Het was een hele knappe vrouw. Haar vader en moeder zaten naast ons, bij mijn opa. Het was eigenlijk een beetje een ondeugende onderduikster. Ze kwam altijd naar de deur als er iemand kwam. Kijken wie er was. Ze mocht eigenlijk niet tevoorschijn komen. "